Inschrijven

Je staat voor een belangrijke beslissing: een school kiezen …

 

De schoolkeuze is niet vanzelfsprekend.

Je kan kiezen voor de school waar je zelf hebt gezeten, een school die aanleunt bij je geestelijke overtuiging of de school dichtst bij huis. Maar je kan ook zoeken naar de school die best bij jouw kind past, waar het zich het meest zal thuisvoelen...

 

Aarzel niet om al bij het eerste contact met de school tal van vragen te stellen.

Heel belangrijk is de pedagogische aanpak van de school, want tijdens de kleuterjaren die de ‘grote school’ vooraf gaan vindt er een enorm leerproces plaats. Let erop dat de kleuterschool aansluit op een lagere school met een goede onderwijskwaliteit, bekwame leerkrachten en hedendaagse lesmethoden. Kies daarom voor een basisschool waar beide niveaus worden aangeboden (kleuter én lager).

Ook de sfeer is heel belangrijk, want tenslotte zal je kind er toch heel wat tijd doorbrengen. Hoe gelukkiger je kind op school, hoe vlotter het zich kan ontwikkelen.

 

Vraag naar het pedagogisch project van de school, de voorzieningen en kwaliteit van de maaltijden, de mogelijkheden voor je kind om een dutje te doen, de financiële regelingen, naschoolse opvang en ouderparticipatie …

Hoe overtuigder je zelf bent van de school, hoe eenvoudiger het wordt om je kind voor het eerst naar school te brengen.

 

Breng samen met je kind een bezoekje aan de school zodat het kennismaakt met de omgeving. Dit doe je best tijdens de schooluren, want zo kan je de school in werking zien.

Ouders die dit omwille van hun werk niet halen, kunnen ook een afspraak maken op een ander tijdstip. Tel 011/485784 E-mail bs.heers@g-o.be

 

Tips voor ouders:

 

Koop al zijn eerste boekentas en maak de boekentas samen met je kind klaar. Op die manier zal het ernaar uitkijken om dagelijks met zijn boekentas naar school te kunnen gaan.

Ga samen met je kleuter kijken in de kleuterklas.

Vertel regelmatig over de kleuterschool. Doe dat enthousiast, maar stel de school ook niet overdreven positief voor. Benadruk dat je kind al groot is.

Maak duidelijk wat er de eerste schooldag zal gebeuren. Oefen samen de jas aandoen en de boekentas dichtmaken. Zet de boekentas in de woonkamer. Laat hem eens drinken uit de drinkbus of eten uit de brooddoos.

 

Hoe gebeurt de inschrijving in onze school concreet?

 

Wanneer je je kind inschrijft in onze school, dan moet je de SIS-kaart of een ander officieel bewijsstuk voorleggen waaruit de juiste schrijfwijze van de naam en ook de geboortedatum blijkt.

 

Was je kind al eerder in een school ingeschreven, dan moet je dit zeker vermelden aan de nieuwe school.

Vroeger was het voor kinderen in het basisonderwijs niet zo gemakkelijk om tijdens het schooljaar van school te veranderen. Sinds 1 september 1997 hebben de ouders hier de volle verantwoordelijkheid voor gekregen. Jij oordeelt zelf of het verantwoord is dat je kind van school verandert. Dit kan op om het even welk ogenblik van het schooljaar. Er is geen goedkeuring van de directeur, inspecteur, departement Onderwijs of minister vereist. De nieuwe school die jouw kind inschrijft moet de oude school van deze inschrijving op de hoogte brengen. De oude school zal het kind dan uitschrijven. Een leerling kan immers maar in één school tegelijk ingeschreven zijn. Daarom is het belangrijk dat je bij schoolverandering de nieuwe school correct meedeelt waar jouw kind voorheen ingeschreven was, zelfs al is het - wat soms voorkomt bij niet-leerplichtige kinderen - nooit effectief op die school aanwezig geweest. De nieuwe school zal jouw kind anders niet kunnen meetellen voor het werkingsbudget en de personeelsformatie (die het van de overheid krijgt op basis van het aantal regelmatige leerlingen).

 

Toch kunnen scholen kinderen inschrijven waarvoor geen officieel document kan worden voorgelegd, bijvoorbeeld omwille van een illegaal verblijf in het land. Elk kind heeft immers recht op onderwijs.

 

Als ouder moet je weten dat je kind maar in één school kan meetellen. Bij de inschrijving vraagt de school jou het rijksregisternummer van jouw kind, een nummer dat gebruikt wordt bij de controle op de leerplicht. Je kan ervan op aan dat van dit nummer (dat je bijvoorbeeld vindt op de SIS-kaart ) geen misbruik gemaakt zal worden!

 

Bij de eerste inschrijving van uw leerplichtig kind in onze school stellen wij ook de vraag of u uw kind een cursus in één van de erkende godsdiensten of een cursus niet-confessionele zedenleer wil laten volgen.

De grondwet zegt dat alle leerplichtige kinderen recht hebben op een morele of godsdienstige opvoeding op kosten van de gemeenschap. Onze school biedt tot het einde van de leerplicht de keuze aan tussen onderricht in één van de erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. ‘Niet-confessioneel’ betekent: niet op een godsdienst gebaseerd. De in België erkende godsdiensten zijn: de katholieke, de orthodoxe, de protestantse, de anglicaanse, de Israëlitische (= joodse) en de islamitische godsdienst.

Wanneer je je leerplichtig kind voor het eerst in onze school inschrijft, moet je schriftelijk meedelen of het een cursus in één van deze godsdiensten óf een cursus niet-confessionele zedenleer zal volgen. Wij geven je daarvoor een formulier. Bij het begin van elk schooljaar en bij elke schoolverandering kan je je keuze wijzigen.

 

Als je kind 2 jaar en 6 maanden oud is, mag het naar de kleuterschool – dus niet zomaar gelijk wanneer.

Er zijn zeven ‘instapmomenten’:

 

kalenders - de eerste schooldag na de zomervakantie

- de eerste schooldag na de herfstvakantie

- de eerste schooldag na de kerstvakantie

- de eerste schooldag van februari

- de eerste schooldag na de krokusvakantie

- de eerste schooldag na de paasvakantie

- de eerste schooldag na hemelvaartsdag

 

 

 

Een kwaliteitsschool heeft eigen kenmerken.

 

Die bepalen samen de schoolcultuur. Ouders kunnen ze ontdekken tijdens een gesprek met de directie of leerkrachten, met andere ouders of leerlingen, op een info-avond of opendeurdag, in de schoolkrant. Onze school herken je aan:

 

A. De sfeer: je voelt je er thuis, de omgang is hartelijk en er is oog voor menselijk contact. De leerkrachten zijn enthousiast, het secretariaat is behulpzaam

 

B. Een cultuur van inspraak: leerlingen en ouders denken, doen en beslissen mee (bv. via werkgroepen, leerlingenraad of oudervereniging). Er zijn contactavonden, er is ruimte voor inbreng van ouders en leerlingen, evalueren gebeurt in mensentaal, rapporten zijn meer dan procenten, er is overleg mogelijk over de speelplaats, lessen, huiswerk, verkeer

 

C. Duidelijke spelregels: als kinderen weten waaraan zich te houden, is het makkelijker om de gevolgen te dragen als ze de grenzen overtreden. Goede afspraken in een open geest maken muren overbodig, zelfdiscipline is belangrijker dan discipline, straf voorkomen beter dan geven. Zo leren kinderen omgaan met vrijheid in plaats van er achter glas naar te kijken.

 

D. De omgangsvormen en leefcultuur: vuilnisemmers puilen niet uit, kinderen houden mee de lokalen proper, de toiletten zien er keurig uit, de kinderen leren sociale vaardigheden, er heersen duidelijke afspraken over bv. roken, pesten

 

E. Het stukje wereld: de school is niet wereldvreemd. Ze stimuleert kinderen een eigen mening te vormen. Niet door leerlingen hun kop in het zand te leren steken, maar door ze kennis te laten maken met sport, film, theater, dans, vreemde culturen Iedereen is mee verantwoordelijk voor de wereld zoals hij er uitziet.

 

F. Een vlotte organisatie: de school heeft een motor die goed draait. Alles loopt er gesmeerd, een lessenrooster bemachtigen is geen heksentoer, iedereen heeft op tijd een handboek, de examenperiode wordt niet nodeloos lang gerokken, er is voortdurend open communicatie met alle betrokkenen